|
Vlaanderen zendt nog altijd zonen en dochters uit … |
| en één van die dochters ben ik, gehuwd en moeder van drie kinderen. Ik heb ervoor gekozen om de vertrouwde haard, man en kinderen, de welstand en de luxe even te ‘verlaten’, om deel te nemen aan een inleefreis naar Burkina Faso, met Broederlijk Delen. Met z’n vijftienen, allemaal mensen uit het onderwijs, zijn we op 1 januari ’07 vertrokken om terecht te komen in ‘een wereld van verschil’ en om tegelijkertijd (hoe meer de reis vordert hoe duidelijker dat wordt) ‘thuis’ te komen bij broeders en zusters.
Onze eerste indrukken brengen eerder verwarring: waar zijn wij hier
terechtgekomen? Hoe kan het dat mensen vandaag de dag in zulke
omstandigheden leven, wonen, werken? Het beeld dat platteland en vaak ook
nog de stad ons biedt, is er vaak één alsof de tijd is blijven stilstaan.
Maar wij willen niet blijven stilstaan bij dat ‘plaatje’. Broederlijk Delen heeft trouwens de bedoeling ons ‘onder te dompelen’ in Burkina Faso en ons te tonen welke inspanningen de inwoners van dit land doen en welke plannen zij nog hebben om de armoede aan te pakken en uit te roeien. En het wordt een intense onderdompeling. Elke dag maken wij kennis met mensen en organisaties, in de stad of op het platteland. Wij worden ruim ingelicht over de werking en de aanpak, wij worden ‘op het veld’ ooggetuigen van wat al gerealiseerd is, en wij bewonderen -elke dag meer en meer- de wilskracht, de moed, de hoop, de inzet van de mensen hier om hun situatie te verbeteren. Mensen slaan de handen in elkaar, zoeken samen naar oplossingen voor al de ‘uitdagingen’ die op hen afkomen.
En ze weten wat ze willen. Telkens is er een precies doel en een duidelijk plan. De ene keer gaat het vb. om landbouwprojecten, een andere keer om alfabetisering van kinderen of volwassen. We bezoeken ook een project rond microkredieten, we maken nog kennis met een organisatie die politiek lobbywerk doet en mensen sensibiliseert. Al deze projecten krijgen financiële steun van Broederlijk Delen. Zelf hebben de mensen te weinig of helemaal geen middelen. Meer dan het soort projecten en de technische aspecten ervan blijven de mensen zelf bij. Altijd worden we even hartelijk en genereus ontvangen: dat wij zover en zolang hebben willen reizen om hen te ontmoeten en te leren kennen, ze zijn er ons steeds even dankbaar om. Hoe arm ze ook zijn, we krijgen steeds een feestmaal voorgeschoteld. We maken kennis met een zeer gevarieerde keuken, terwijl ze zelf -uit noodzaak- vaak zeer eenzijdig eten.
We worden helemaal warm en koud vanbinnen als we elk apart bij een familie verblijven op het platteland in het noorden van Burkina, in de Sahel. Hier is leven overleven, hier is een schrijnend tekort aan alles :te weinig eten, te weinig water, amper huisraad, te weinig leraren, te weinig leermiddelen, geen geld voor medische verzorging, geen elektriciteit, geen speelgoed, …) En ook hier worden wij warm ontvangen, ook hier maken en nemen de mensen uitgebreid de tijd om je te ontmoeten, je te leren kennen. En wat ze hebben, delen ze je met je. Meer nog, je krijgt het beste deel. Is er vb. maar één bed, dan is dat voor de gast. Zelf slapen ze dan op een matje op de grond. Eten zij amper vlees, voor jou is er nu speciaal een kip geslacht.
Net geen twee weken waren wij tussen deze West-Afrikaanse mensen en zij zijn werkelijk broeders en zusters voor ons geworden. En daarvan wil ik getuigen tijdens de campagne die komt. En ik hoop uit het diepste van mijn hart dat ook wij broeders en zusters kunnen worden van de mensen in het Zuiden, en dat wij in staat zijn om met hen te delen wat wij hebben.
Dank aan de directie die dadelijk haar fiat gaf om deel te nemen aan de reis. Dank aan de collega’s die de vastenactie mee op touw zetten. Dank aan de collega’s die mij vervingen in de klas tijdens mijn afwezigheid. Dank voor het ‘meeleven’ tijdens de reis, en voor de interesse bij thuiskomst.
Karin Simkens januari 2007
|