|
INTERNATIONALE KLASSENUITWISSELING VOOR HET 6de JAAR |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Sinds 1995 geeft onze school jaarlijks aan alle leerlingen van het 6de jaar de kans om deel te nemen aan een klassenuitwisseling met een buitenlandse school. 1) De werkgroep is samengesteld uit: Veerle Beernaert Kristin Demol Joëlle De Pessemier Josée Van Tichelt 2) De doelstellingen van dit initiatief: Voor de leerlingen: 1. Intercultureel opvoeden. Intercultureel opvoeden is de leerlingen adequaat leren omgaan met sociaal-culturele diversiteit en ongelijkheid, alsook met de mogelijke conflicten die daaruit resulteren. De 'interculturele competentie' is het geheel van cognitieve, emotionele, normatieve en gedragsvaardigheden die nodig zijn om sociale situaties en problemen in een wereld van diversiteit en een samenleving van heterogeniteit aan te kunnen. Deze bekwaamheid bestaat uit rationele, gevoels-, en gedragscomponenten. M.a.w. intercultureel opvoeden streeft cognitieve doelstellingen na (kennis en inzicht), affectief-normatieve (houdingen en waarden) en vaardigheidsdoelstellingen ('kun'-eigenschappen). Ter illustratie: Cognitieve doelstellingen:
Vaardigheidsdoelstellingen:
Iemand is 'intercultureel competent' wanneer zij of hij beschikt over inzichten, waarden, houdingen en vaardigheden die haar of hem in staat stellen zich efficiënt te bewegen én verantwoordelijkheid op te nemen in een samenleving en een wereld van diversiteit en ongelijkheid. 2. Mondiale vorming. Opvoeden tot verantwoordelijk wereldburgerschap. Onze leerlingen ontwikkelen in krachtige internationale projecten een bewustzijn van grensoverschrijdend burgerschap. Dat bewustzijn dient zich te vertalen in actiebereidheid inz. de bereidheid om vanuit de eigen positie als Vlaming te participeren aan het internationale gebeuren. Het is ook daarom dat wij een themagericht programma opstellen in overleg met de partnerschool. Onze leerlingen worden ook geconfronteerd met een groeiende maatschappelijke heterogeniteit. (individualisering, het toenemend belang van communicatieve vaardigheden, het toenemen van maatschappelijke uitval, het toenemend belang van informatie- en communicatietechnologie, de verdere pluralisering van de samenleving en de groeiende variëteit aan samenlevingsvormen,...) Als essentiële pijlers van de mondiale vorming worden doorgaans deze vijf concepten of leergebieden genoemd: onderlinge afhankelijkheid, beeldvorming, sociale rechtvaardigheid, conflict en conflictoplossing en 'verandering en toekomst'. Met dat laatste wordt gedoeld op het noodzakelijk besef dat de wereld en de samenleving dynamisch systemen zijn die veranderbaar zijn. Aandacht voor dit laatste concept is niet onbelangrijk omdat mensen, wanneer ze geconfronteerd worden met brede, maatschappelijke of wereldproblemen, al te gemakkelijk vervallen in passiviteit met het argument: "Daar kunnen we toch niets aan doen". 3. Versterking van de talen. Een klassenuitwisseling creëert een authentiek kader waarin de leerlingen zich spontaan met anderstalige leeftijdsgenoten gaan uitdrukken. Va bij de start van het initiatief werd er bewust gekozen voor een uitwisseling waarin de communicatietaal voor beide partijen een vreemde taal is. Dit om de interculturele integratie te bevorderen. 4. Vakoverschrijdend projectonderwijs. Zowel bij de voorbereiding, de uitwerking als de evaluatie van het project worden verschillende vakken ingeschakeld. Esthetica (o.a. bij de voorbereiding van de rondleidingen verzorgd door de leerlingen in de buitenlandse steden), Engels en Frans (o.a. bij de contacten via briefwisseling, bij de uitwerking van het thema), geschiedenis (o.a. bij het historisch situeren van het bezochte land). Latijn en Grieks (o.a. bij de uitwerking van het thema), aardrijkskunde (o.a. bij de voorbereiding van de buitenlandse reis). Voor de leerkrachten: 1. Bevorderen van interculturele verrijking via contacten met buitenlandse leerkrachten. 2. Bevorderen van een gunstig onderwijsklimaat op onze school waarin creatief engagement centraal staat. 3. Vakoverschrijdend projectonderwijs. (cfr. supra) De evaluatie van dit jaarlijks project gebeurt als volgt: - Na het bezoek van de buitenlandse school beantwoorden de leerlingen een vragenlijst. Zo krijgt het organiserend team een zicht over de manier waarop het eerste contact verlopen is. De ouders krijgen ook de kans om op deze vragenlijst suggesties, opmerkingen, enz. te noteren. - Deze lijsten worden besproken op de eerstvolgende vergadering en een synthese wordt opgestuurd aan de partnerschool. Er wordt ook rekening gehouden met de reacties van de leerkracht van de partnerschool. - Na de buitenlandse reis wordt (meestal) nog een schriftelijke evaluatie bij de leerlingen gehouden. - De werkgroep evalueert steeds de buitenlandse reis met de begeleiders. Zo worden de conclusies getrokken om het initiatief te optimaliseren. 3) Overzicht van de bilaterale uitwisselingen op onze school
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||